De oplossing van Oost-Nederland voor het tekort aan foodoperators

Hoe worden de Bolletje-beschuiten gemaakt en welke (proces)technieken komen daar bij kijken? Hoe maak je kaas? Van welke aardappelsoort maak je de beste friet? Maïs en popcorn, hoe zit dat? Hoe zet je water om in energie? Salades van Johma, hoe komt dat tot stand? Het zijn allemaal vraagstukken die voorbijkomen in House of Skills (HoS) in Almelo.

De HoS is een prachtige, state-of-the-art praktijk/leeromgeving rond de thema’s food, feed en technologie, die de afgelopen vier jaar op poten is gezet door het Zone College (mbo-voedingsmiddelentechnologie), ROC van Twente (mbo-procestechniek), Hogeschool Saxion (hbo-watertechnologie) en de Universiteit van Twente (onderzoek), samen met het regionale bedrijfsleven en de lokale en regionale overheid.

De aanleiding van de oprichting van HoS is het groeiende tekort aan vakmensen in de foodsector; thema’s waar landelijk mee wordt geworsteld. In Almelo lijken ze het tij te hebben gekeerd. Reden voor de Food Innovation Academy om een kijkje te nemen. Wat is het geheim van het succes van de HoS?

Succesfactor
Volgens HoS-projectleider Gerard Nijhuis zijn er door intense samenwerking tussen bedrijven en scholen opleidingsprogramma’s gebouwd die tegemoet komen aan de wensen van de foodondernemingen, waarbij de benodigde (high-tech) apparatuur in bruikleen ter beschikking is gesteld. De opleidingsprogramma’s zijn gevormd binnen het overkoepelende thema ‘Proces Your Future’ en aan de hand van de zeven werelden van techniek: Mens & Gezondheid, Energie, Water & Veiligheid, Voeding & Natuur, Wonen, Werken & Verkeer, Ontwerp, Productie & Wereldhandel, Digitaal, Media & Entertainment en Hi-tech & Science. Volgens Nijhuis spelen de foodbedrijven een actieve rol binnen HoS door het lesmateriaal zelf aan te leveren en mee vorm te geven, en door het verzorgen van masterclasses.

Daarnaast brengen per maand honderden leerlingen uit de regio die nog een profiel- of vakopleidingskeuze moeten maken, een bezoek aan de HoS: gemiddeld 2.500 per maand. De bezoekende scholen betalen €8,50 per student voor een actief programma van een dagdeel. Openbaar vervoer naar de HoS wordt gratis aangeboden door sommige scholen. Verder zijn ook schooldirecteuren en decanen regelmatig te gast.

Resultaat
Het resultaat van al die inspanningen: een jaar na de opening van de HoS mogen de samenwerkende scholen, 27 (!) nieuwe studenten begroeten die instromen in een opleiding voor een beroep in een foodproductiebedrijf. Een verdubbeling ten opzichte van vorig schooljaar. Voor 2026-2027 mikt men op verdere groei: drie klassen lijkt haalbaar. Daarmee beweegt HoS nadrukkelijk tegen de trend in van een (al jarenlang) fors dalend aantal foodstudenten in Nederland.

Het geheim? Volgens Nijhuis zit dat in het feit dat er geen concurrentiegevoelens zijn tussen de deelnemende scholen, maar dat vooral wordt gekeken naar synergie. Een team van 14 begeleiders geeft daar invulling aan. De noodzaak om actief bij te dragen in geld, mensen en middelen is door de foodbedrijven onderkend. En er wordt naar gehandeld: binnen HoS nemen ruim 50 productiebedrijven op het gebied van productie van voedingsmiddelen deel en zij betalen allemaal €5.000/jaar om mee te mogen doen. Dit helpt dat de HoS op termijn zichzelf kan bedruipen, als de subsidiesteun ten einde komt in 2032.

Lage kosten
Wat ook helpt is dat lokale ondernemer Gerard Schröder, eigenaar van de fysieke locatie waarin het HoS is gevestigd – de voormalige productielocatie van rekenmachines van Texas Instruments, de ruimtes laagdrempelig aanbiedt. Dat geeft de samenwerkende scholen ruimte de huisvestingskosten laag te houden en door te groeien. Zo telt het praktijk/leercentrum nu 1.850m2 en komt daar binnenkort nog een keer 1.850m2 bij. De ombouw van de locatie kostte miljoenen. Het gros daarvan komt uit TechOost: een samenwerkingsverband van vijf Publiek Private Samenwerkingen (PPS) die zich focust op een duurzame, technische arbeidsmarkt in Oost-Nederland.

De komende tijd werkt HoS aan het creëren van doorlopende leerlijnen rond food, techniek en verpakkingen, zodat bedrijfsvragen worden geborgd en verdiept. Ook wordt nagedacht over hoe meer tijd vrij te spelen voor alle opleiding- en onderzoeksactiviteiten.